Het gevaarlijkste dier
User Rating: / 0
PoorBest 
Written by Davy Tollenaere   
Thursday, 22 May 2008 12:45

Dagelijks krijgen we in het nieuws beelden en reportages over grote of kleine oorlogen, dicht of veraf. De geschiedenis staat vol van verhalen over grote oorlogen tussen naties en religies. Ook tussen onze voorouders waren er deze grote twisten. De samenleving van de chimpansees, onze naaste verwanten, kent het fenomeen ook (Nelissen, 2002). Waarom vertonen we dit gedrag?

 

Om te begrijpen waarom we elkaar vermoorden, moet het concept van oorlog worden benaderd vanuit een objectief perspectief. Het is te simplistisch en niet informatief om te verklaren dat alle oorlogen slecht of goed zijn. De rol van de wetenschapper is niet om ons te informeren of er een oorlog (of de oorlog in het algemeen) moreel goed of fout is. Het is echter de rol van de wetenschapper om te helpen verklaren waarom wij elkaar doden. Welke functie heeft het? Wat wakkert dit aan? Wetenschappers en in het bijzonder antropologen, biologen en psychologen, die de mens bestuderen, hebben een grote verantwoordelijkheid als het gaat om het verklaren van oorlog.

Vorig jaar gaf Steven Pinker (2007) een lezing over geweld. Hij legde uit dat uit longitudinale data blijkt dat de prevalentie van geweld gedaald is. Hoewel dat het geval kan zijn, geeft hij aan dat deze conclusie oproept tot voorzichtigheid. Oorlog is nog steeds een probleem dat het voortbestaan van de menselijke soort zou kunnen bedreigen. Pinker stelt voor dat we de kwestie van de oorlog anders moeten benaderen. We moeten niet weten waarom we ten oorlog trekken. Wij moeten ons afvragen waarom we steeds vrediger worden. Het antwoord op deze vraag kan ons  een oplossing geven voor het probleem van de oorlog.

Mijn perspectief is echter dat we moeten vragen beide vragen moeten stellen. We moeten weten waarom we vechten. Welke functie heeft zij? Aan de andere kant moeten we ook de vraag stellen: "Wat maakt ons rustig?"

In David Livingstone Smith's boek, The Most Dangerous Animal, pakt Smith het probleem van de oorlog van beide kanten aan. Vroegere theorieën van de menselijke natuur hebben beweerd dat de mens aangeboren goed of intrinsiek kwaad is. Net zoals de theorie van “nature vs. nurture”  is dit een valse dichotomie. Mensen zijn noch goed, noch kwaad. Er zijn momenten waarop wij ons smerig gedragen en er zijn momenten waarop we altruïstisch zijn. Het idee van de nobele wilde is een mythe net zoals het idee dat de primitieve mens barbaarse moordenaars waren (hoewel je een veel groter risico loopt vermoord te worden in een jagers-verzamelaars maatschappij, dan in een agrarische cultuur)(Pinker, 2007).

David Livingstone Smith biedt een levendige antropologisch bewijs van de oorlog in ons voorouderlijk verleden. Hij heeft ook een soortgelijk verschijnsel toegelicht, namelijk plunderen, in onze naaste levende verwanten, de chimpansee.

Een van de redenen dat mensen onderwerpen zoals oorlog niet vanuit een evolutionair perspectief willen bespreken, is omdat zij ten onrechte ervan uitgaan dat het een morele kwestie is. Zij zijn van mening dat het verstrekken van een evolutionaire verklaring voor oorlog het op de een of andere manier rechtvaardigt. Dit is gewoon niet waar. Dit is bekend als een naturalistische drogreden, de overtuiging dat wat zich voordoet in de natuur goed is.

Bovendien hebben mensen een hekel aan de evolutionaire benadering van oorlog omdat ze denken dat het de mensen de verantwoordelijkheid kwijtscheldt. Als er een biologische verklaring voor iets is dan is het onmogelijk dat er iemand verantwoordelijk voor is. Angst voor biologisch determinisme is geen voldoende excuus voor inzicht in de evolutionaire biomechanica van de oorlog.

Deze mensen die zich zorgen maken over evolutionaire verklaringen van het menselijk gedrag zijn ook bang dat een dergelijke uitleg dit gedrag als ongeneeslijk bestempelt. Dit is ook gewoon niet waar. Beschouwen we bijvoorbeeld bijziendheid. Bijziendheid is een biologisch probleem, dat genezen kan worden door corrigerende lenzen of oogchirurgie. De enige manier om het vraagstuk van oorlog op te lossen is als we de ware toedracht van oorlogsvoering kunnen achterhalen.

Dus waarom vechten we? David Livingstone Smith heeft uitstekend werk geleverd met het bewijs voor onze evolutionaire en biologische neiging voor oorlog en geeft inzicht in de reden waarom we vechten. Echter, na het lezen van het boek heb je nog geen pasklaar antwoord door de huidige kennis van oorlog. Smith's grootste succes was het ophalen van de dialoog van een evolutionair begrip van de oorlog begon. Voor zover ik weet, is dit het eerste boek dat over dit onderwerp geschreven is.

Er is geen bevredigend antwoord op de vraag waarom we ten oorlog te trekken. Toch zijn er een aantal interessante inzichten. Mensen zijn uitgerust met een gevoel van verwantschap. Wij houden van de mensen die onze genen dragen, of we willen of niet (inclusieve fitness theorie van Hamilton)(Vyncke, 2007). Ons gevoel van verwantschap stopt niet bij de genetische verwantschap. We hebben ook een gevoel van verwantschap met de groepen waartoe we behoren en we doen alles om hen te beschermen. Onze verwantschap wordt vaak misbruikt door de naties en religies, niet verrassend dat die twee instellingen verantwoordelijk zijn voor de meeste, zo niet alle oorlogen. Wij strijden omdat het goed aanvoelt. Wij zijn enthousiast geworden zeloten die vechten voor de vernietiging van het kwaad dat ons bedreigt.

Wat stopt ons van het doden? Gelukkig, zijn we geëvolueerd met een mechanisme dat ons ook voorkomt te doden. Dit is iets waar we kunnen optimistisch over kunnen zijn. De meeste mensen zijn begiftigd met een gevoel van afschuw. Als we beelden zien van verminkte menselijke lichamen, zijn we geschokt. Ons gevoel van afkeer van moord op is zo sterk dat de meeste mensen die anderen gedood hebben achtervolgd worden door de herinnering en lijden aan het posttraumatisch stresssyndroom.

David Livingstone Smith biedt een uitstekend overzicht van de oorlog vanuit een evolutionair perspectief. Zijn boek is vol met allerlei inzichten die helpen verklaren waarom we vechten en waarom we dat niet doen. Ik raad dit boek aan iedereen aan die geïnteresseerd is in het begrip van de mechanismen van de reden waarom we ten oorlog te trekken en in evolutionaire psychologie in het algemeen.

Referenties:

Livingstone Smith, D. (2007). The Most Dangerous Animal: Human Nature and the Origins of War. New York: St. Martin’s Press.

Nelissen, M. (2002) De bril van Darwin: op zoek naar de wortels van ons gedrag.  Tielt: Lannoo.

Pinker, S. (2007). A history of violence. Geraadpleegd op 22 mei 2008 op het World Wide Web: http://www.edge.org/3rd_culture/pinker07/pinker07_index.html

Vyncke, P. (2007a). Attraction, seduction, desire & stupidity: How Ads & Brands tap into your Heart & Mind. Gent: C.R.E.A.T.I.V.E.